De Rips

Ontstaan van het dorp

De geschiedenis van de bewoning in de omgeving gaat ver terug, aangezien er voorwerpen uit de Tjongercultuur werden gevonden.

In 1326 gaf hertog Jan III van Brabant de gemeenterechten over de Bakelse Peel uit aan de omliggende gemeenschappen. De palen die de grenzen tussen de aan de verschillende gemeenten toegewezen gebieden moesten aangeven waren van hout, vergingen of werden soms verplaatst. Dit alles gaf aanleiding tot conflicten zodat uiteindelijk in 1544 de grens opnieuw werd vastgesteld door Keizer Karel V. Toen is onder meer ook de Ripse Paal opgericht, en op een kaart uit 1669 staat deze aangegeven. Het dorp is hier indirect naar genoemd.[1]

Tot het eind van de 19e eeuw was de Peel tussen Bakel en Oploo één groot heideveld dat eigendom was van de gemeente Bakel en Milheeze en door de inwoners gebruikt werd voor het weiden van schapen en het steken van turf en plaggen.

Nadat in 1864 de grenzen tussen Helmond, Aarle, Beek en Bakel goed waren vastgelegd, konden de gemeenten de grond die zij in eigendom hadden verkopen.

Tussen 1880 en 1920 werd een groot deel van de heide door de gemeente verkocht aan kapitaalbezitters uit andere delen van het land. Deze lieten het, meestal door de Heidemij, ontginnen, waarbij vooral veel bos werd aangeplant. De natuurgebieden de Stippelberg en Beestenveld komen hieruit voort.

Zo werd in 1871 400 ha op de Stippelberg gekocht door de Helmondse industrieel Cornelis Carp, en in 1874 kocht een zekere Huyskes nog eens 402 ha en stichtte daarop in 1875 een boerderij die De Rips heette. Deze is naar de vroegere grenspaal genoemd.

In 1884 kocht Walther Simon Joseph van Waterschoot van der Gracht, samen met de familie Van Ogtrop, het 362 ha metende Beestenveld, terwijl in 1883 de gronden van Cornelis Carp werden gekocht door de Twentse bankier Abraham Hendrik Ledeboer. Deze kocht in 1895 ook De Sijp en bouwde een huis op de Stippelberg. In 1899 kocht Walther van Waterschoot landgoed De Rips van Huyskes.

In 1915 kocht ook de Union Financière et Terrienne gronden in De Rips. Van Waterschoot verkocht De Rips, Beestenveld en een deel van de Klotterpeel aan J. van Dijck, die houthandelaar was te Swalmen. Deze verkocht het door aan de Union Financière.

Ook anderen dienden zich aan, zoals mej. E. Massee, die 167 ha op de Klotterpeel kocht en deze doorverkocht aan Cornelis George Vattier Kraane, die een Amsterdams industrieel was. Burgemeester Verkuyl van Boxmeer, tevens sigarenfabrikant, kocht De Rips in 1919.

Het Beestenveld kwam in handen van de Maatschappij tot Exploitatie van Mijnen Laura en Vereeniging, en in 1920 ging ook de Klotterpeel over in handen van Vattier Kraane.

Na 1920 werden op nieuwe ontginningen familiebedrijven door Brabantse boeren gesticht, terwijl ook een aantal bestaande landgoederen werden opgedeeld. Voor deze boeren en de arbeiders werd in 1920 volgens een plan van de Heidemij het dorp De Rips gesticht met een Rooms-Katholieke kerk en school en een aantal arbeiderswoningen. Gaandeweg vestigden zich ook meer middenstanders in het dorp. In 1921 werd de kerk, gebouwd in neobyzantijnse stijl, ingewijd.

In 1938 werd de Klotterpeel verkocht aan de eiermijn te Roermond.

In 1965 werd een nieuwe, moderne, kerk voltooid. Deze werd gewijd aan de heilige Margaretha-Maria Alacoque. De kerk, in moderne stijl, werd ontworpen door L.C. van der Lee. Ze heeft een merkwaardig zadelvormig dak. In de betonnen klokkentoren hangt nog een klok uit de oude kerk. Deze laatste was te klein geworden en uitbreiding van het gebouw bleek niet goedkoper dan de bouw van een nieuwe kerk.

 

 

De Rips ....uit het goede hout gesneden!!